Fairies, Pixies

Natuurwezens zijn in Engeland en Ierland veelal bekend onder de naam fairies. Daarmee worden verschillende soorten natuurwezens bedoeld, die in onze ogen voornamelijk verwant zijn aan elfen. Denk maar aan de ansichtkaarten en beeldjes van bloemenelfjes.

Daarnaast zijn in Engeland en Ierland de wat speelse, plagerige pixies bekend. Hieronder de ervaring van een lezeres van deze website, die waarschijnlijk met pixies te maken kreeg. Met daarin ook een duidelijke uitnodiging om, als mensen en natuurwezens, meer met elkaar in contact te komen en tevens een oproep voor mensen om hun liefde in te brengen. Onze waardering, aandacht en liefde zet hen namelijk weer meer in hun kracht!
 
Monieks ervaring:
"Mijn laatste trancereis heeft mij enigszins in verwarring achtergelaten. Hij week heel erg af van wat ik gewend was. Voor het eerst ontmoette ik i.p.v. dieren een soort fijn-stoffelijke wezentjes op een eiland (Avalon genaamd) waarvan ik na research op internet las dat dat een mythisch elfeneiland zou kunnen zijn. Die wezentjes onderscheidden zich door hun speciale lichte, bijna transparante energie. Ik zag geen lichamelijke kenmerken. Ze waren heel leuk, vrolijk, licht, snel, springerig, stout. Ik lag op de grond tijdens die reis om af te wachten wat er zou gaan gebeuren, nu er duidelijk geen dieren waren vanwege de andere energie. Dat liggen op de grond pikten de wezentjes niet. Ze trokken mij aan mijn haren en knepen in mijn neus, sprongen om mij heen, plaagden mij en sprongen op mijn buik heen en weer. 'Kom', lieten ze mij weten, 'ga mee! Je wilt naar het bos, wij brengen je!' Ik mee (natuurlijk, nieuwsgierig als ik van nature ben). Het bos is altijd fijn. Ik 'vloog' half dartelend gedragen door de wezentjes, mee naar  het bos. Het was een vrolijke boel. Daar, ergens midden in het bos, zetten ze mij neer en 'zeiden': 'Kijk, let op, we gaan je laten zien wat onze taak is hier.' En ze begonnen zingend en vrolijk, maar heel ijverig, de bomen van top tot teen schoon te maken, geen blaadje, geen takje vergetend. Het ging niet heel snel, maar ze waren met veel. Het was een prachtig gezicht. Daar waar ze waren geweest, lichtte de boom op en werd de energie veel helderder, lichter, transparanter. 'Dit is wat we doen', 'zeiden' ze. 'De vervuiling weghalen. Dit is onze taak.' Ik vond het fijn bij die vrolijke plaaggeestjes en vroeg waarom ze eigenlijk die vrije ruimte in de energie niet opvulden met liefde. ' DŠt', zeiden ze, 'is nou de taak van de mensen.' Daar werd ik verdrietig van, want ik weet dat veel mensen dat niet gaan doen. De natuurwezentjes kunnen het niet alleen, ze werken zich rot (wel heel vrolijk, zingend dat wel), maar wij, mensen, zien het vaak niet.'